Als je haar maar goed zit

Door Marianne van der Kooy

Het is maandagochtend, acht uur. Vol goede moed stap je je kantoor binnen: klaar voor weer een nieuwe werkweek! Nadat je je eerste bakkie pleur achter de kiezen hebt en je enigszins normaal uit je ogen kunt kijken, merk je op dat er iets aparts gaande is op de zaak. Iets héél aparts. Wat er aan de hand is? Je herkent niemand van je collega’s meer terug! Dit zijn allemaal nieuwe mensen. Maar toch lijken deze nieuwelingen jóú wel te herkennen, gezien alle gepersonaliseerde begroetingen die tot je komen. Je vraagt je af: zit ik in Bananasplit?

Dit overkwam mij meerdere malen. In iets minder extreme mate, maar het overkwam mij. Door schade en schande werd ik wijs dat de Ivoriaanse dames geregeld van kapsel verwisselen. En dan heb ik het niet over een watergolfje of een pony, maar over het échte werk. Hoe zit dit precies en waarom gebeurt het?

Verwarring alom

Toen ik net in Ivoorkust aankwam, ben ik gaan stage lopen bij Unilever. Ik sprak zwaar belabberd Frans en ik verveelde me dood. Kwam bij dat ik alvast wilde gaan netwerken, zodat ze me na m’n bevalling so-wie-so gingen aannemen. Was de gedachte. Richting het thuisfront verkocht ik deze escapade overigens als een ‘tijdelijk project met potentie voor de lange termijn’, HAHA! Wat een grootheidswaanzin. Dat moeten de zwangerschapshormonen geweest zijn. In werkelijkheid stond ik namelijk gewoon weer helemaal onderaan in de pikorde. Anyhoe: stage lopen dus.

Unilever Abidjan heeft vijf fabrieken op één terrein, dus je kunt je voorstellen dat het rond lunchtijd aardig vol zat in de kantine. Dezelfde kantine waar iedere werknemer met hun lunchbon heerlijk kon gaan smullen van een uitgebreid buffet vol attièke, ignam en alloco, overigens. Terwijl ik nederdaalde met een dienblad vol sperziebonen, kwam er een jongedame op me afgestormd: ‘Bonjour Marianne! Comment tu vas?’ Ehh, hai hai. Gaat goed hoor! Maar geen flauw idee wie dit was. Ik probeerde me er nog uit te redden met een lulverhaal in houtje-touwtje Frans, maar helaas. Ze had door dat ik in het duister tastte jegens haar identiteit.

Het was Andréa*, legde ze uit, en we hebben laatst nog een meeting gehad. Verrek joh. Nu zag ik het ook, Andréa, met wie ik de week ervoor nota bene IEDERE DAG een meeting had, omdat we in het zelfde projectteam zaten. Genânt! Maar waarom was haar hoofd vol lange pijpenkrul-dreadlocks getransformeerd in een stijle korte bob – IN EEN ANDERE KLEUR?! Als iedereen dit doet, dan was ik mooi in de aap gelogeerd. Zo lukte het me natuurlijk nóóit om alle honderden mensen in die toko uit elkaar te houden. Kijk, míj herkende ze uiteraard omdat ik volop wit ben. Dag in, dag uit. Maar dat geldt andersom dus niet. Oh oh. Though life.

Van kortpittig naar Pocahontas

Zo kabbelde mijn leven een paar weken voort. Hier en daar herkende ik iemand die ik wat vaker zag, en hier en daar herkende ik een vagere kennis opeens weer niet. Vrij stabiel. Totdat ik op een dag thuis kwam, en er een wildvreemde vrouw in m’n huis stond. Wie was dít nou weer? En waarom stond ze in ‘s-hemelsnaam de vloer te dweilen? Daar hebben we Clarice** toch voor aangenomen? Als aan de grond genageld stamelde ik: ‘Bonjour?’, waarna de dame in kwestie zich omdraaide, zodat haar weelderige lange lokken à la Pocahontas om haar hoofd heen zwiepten.

Bonjour Madame!’ Joh. Deze vrouw leek wel op onze enige echte Clarice! Maar ja, die liep er vorige week nog helemaal kortpittig bij, dus dat zou sterk zijn. Maar intussen viel het kwartje en besefte ik: Natuurlijk! Het is pruik o’clock! Payday was afgelopen vrijdag, het weekend is net achter de rug: Ivoorkust heeft volop aan de hoofdtooien geknutseld dezer dagen! En het moet gezegd: de hairdo stond haar beeldig.

Een kleine greep uit het assortiment foto’s van Edith Brou, een bekende Ivoriaanse tech-blogger. Gelukkig draagt ze af en toe nog dezelfde bril, want zeg nou zelf: door al deze verschillende haircuts hadden we haar toch nooit herkend als één en dezelfde persoon?
Sources: www.edithbrou.ci/Facebook page Edith Brou/Pinterest
De grillen van de modewereld

Men is hier dus behoorlijk van de variété. Daarbij vergeleken voel ik me maar een boerenpummel: ik loop al sinds m’n elfde rond met hetzelfde kapsel. Want naast de maandelijkse wisseling in de pruik, bestaan er hier namelijk ook nog andere opties om het hoofd te decoreren. Zo zien we de mooiste invlechtingen voorbij komen in het Ivoriaanse straatbeeld. Een ook het gebruik van pagne als hoofddoek komt veel voor. En dat is allemaal leuk en aardig, maar wat is hiervan eigenlijk de achterliggende gedachte? Is het kapsel hier zó’n belangrijk punt?

Deels waar, ontdekte ik nadat ik het vraagstuk bij enkele meiden had voorgelegd. Het kapsel van de vrouw is echt een modedingetje bij veel donkere dames. Niet alleen in Ivoorkust overigens, maar daar ligt mijn focus nu eenmaal op. En net als bij andere zaken die onderhevig zijn aan de grillen van de modebranche, heb je ook in de haarwereld te maken met trends. Zo schijnt er een schoonheidsideaal te heersen voor haar dat ‘valt’. Afrikaanse dames zelf hebben over het algemeen kroeshaar. En dat kan óók langer groeien – bij de één beter dan bij de ander – maar het groeit níet naar beneden. Het ‘valt’ dus niet. Dit resulteert in een afro: supermooi, maar erg tijdrovend om te onderhouden.

Dan heb je ook nog kort haar. En dan bedoel ik: heel kort. Dit zie je veel bij meisjes die nog naar school gaan, aangezien sommige scholen dit verplicht stellen. Kort haar is schoon en verzorgd, is de redenatie. Meerdere oorzaken dus voor de weidse vraag naar kapsel-benodigdheden.

Hairextensions

Kijk, en dáár speelt de Ivoriaanse haarbizz goed op in! Op elke hoek van de straat staat er wel iemand nephaar te verkopen. En dit varieert van hairextensions tot aan hele pruiken. Het aanbod is reuze.

De afdeling ‘haar’ in een gemiddelde supermarkt in Ivoorkust.

Deze hairextensions trouwens. Wij meiden hebben allemaal onze haren vroeger weleens laten invlechten, tijdens de vakantie in de zuidelijkere regionen. Ik trouwens niet. Maar jullie vast wel. Dus je weet waar ik het over heb. In Ivoorkust zijn deze invlechtingen niet slechts een vakantie-souvenirtje, maar een way of life. Kijk nog maar eens even naar Edith Brou, deze dame doet bijna niet anders. Pijnlijk voor de hoofdhuid, lijkt mij, maar wel mooi en handig. Ook als je mee gaat doen aan Expeditie Robinson en je een maand lang je haar niet kunt wassen, overigens.

Wat schuift ‘t?

Maar wat schuift dit hele geintje nu eigenlijk? Ik bedoel: ik baal al als ik in Nederland vijfentwintig euries moet neertellen alleen maar voor de de dooie puntjes. Laat staan dat je jezelf elke twee à vier weken een compleet nieuwe look & feel laat aanmeten. Kost dat dan geen klauwen met geld? Het verlossende antwoord is: nee. Als in: het kan goedkoop. Op de lokale markt heb je al voor een paar euro een nieuwe pruik in handen, die er nog mooi uitziet ook. Uiteraard lopen de prijzen op, naargelang de kwaliteit beter is, maar je hoeft dus niet per se meteen weer blut te zijn na payday.

Het dragen van een pruik heeft meerdere voordelen. Denk aan: geen bad hairdays meer, geen geklooi meer met stijltangen/mousse/spray/gel, je bent afwisselend en ga zo nog maar even door. Nu dacht ik nóg een voordeel te hebben achterhaald van de pruik: stel dat je een boy hebt geprobeerd te versieren, maar hij trapte er niet in, dan waag je een maand later gewoon een nieuwe poging. Je hebt dan een ander kapsel en bent van de buitenkant een compleet ander mens – dus wellicht ziet ‘ie niet dat je dezelfde persoon bent. Gna gna!

Verleg je focus

Toch bleek ik het mis te hebben voor wat betreft die boy uit het vorige couplet. Hij zou je niet meer herkennen met je nieuwe lokken. Nu heb ik me laatst laten vertellen dat onder andere wij, Noord-Europeanen, anderen onbewust herkennen aan het bovenste deel van hun gezicht. Vanaf halverwege de neus naar boven toe. Wij checken de ogen en dat soort onderdelen. Ivorianen, en waarschijnlijk meer mensen uit deze contreien, schijnen zich te focussen op de ónderkant van het gezicht. Dus vanaf halverwege de neus naar beneden.

Aha! Vandaar. Andréa had mij dus niet alleen herkend omdat ik wit haar heb. Ze had me er ook tussenuit gepikt als ik opeens, pakweg, een donkerblauwe afro zou hebben. Maar zou ik m’n lippen laten opspuiten of zouden al mijn tanden er opeens uitvallen, kijk, dán was het lastig geworden. En dan was ik opeens een niemendalletje die door niemand herkend werd op kantoor.

Wat een verademing: wéér een mysterie opgelost. En denk erom: voortaan letten we in Afrika dus op de mond en kin als we iemand zoeken die we zes weken geleden voor het laatst hebben gezien. Succes hè!


Vond je dit weer genieten? Klik dan op onderstaand hartje, mercietjes!

Groeten, Marianne

* = Om privacyredenen is deze naam gefingeerd.
** = Deze naam is niet gefingeerd, omdat een béétje Tropics Writer-fan ons aller Clarice inmiddels kent en in het hart heeft gesloten.

Disclaimer: Tijdens het schrijven van deze blog, ben ik erachter gekomen dat het onderwerp ‘haar’ gevoelig ligt in zowel Ivoorkust als in andere zuidelijke landen. Het is niet mijn bedoeling om een oordeel te vellen, iemand belachelijk te maken of iets dergelijks. Ik beschrijf puur hoe ik de situatie vanuit mijn optiek zie. Mocht je toch commentaar hebben, laat het me weten.

You Might Also Like